Een landbouwer (hierna: pachter) exploiteerde een gemengd agrarisch bedrijf met zoogkoeien, schapen en akkerbouw op een totale oppervlakte van 120 hectare. Hiervan werd 51 hectare grond, gelegen in De Biesbosch, gepacht van Staatsbosbeheer tegen een pachtprijs van ca. € 150 per hectare. Voor deze grond gold een aantal beperkingen. Er mochten onder meer geen drijfmest en chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt worden.

In 2022 stelde Staatsbosbeheer voor de pachtovereenkomst te wijzigen, omdat zij op de gronden de doelstelling glanshaverhooiland wilde realiseren. In de pachtwijzigingsovereenkomst werden nog meer beperkingen aan de pachter opgelegd en de pachtprijs zou verlaagd worden naar € 20 per hectare. De pachter stemde niet in met deze overeenkomst, waarna Staatsbosbeheer de pacht opzegde. De pachter verzette zich hiertegen. Staatsbosbeheer diende daarop een verzoek tot wijziging van de pachtovereenkomst in bij de Grondkamer, maar deze wees dit niet toe. Daarop maakte Staatsbosbeheer schriftelijk bezwaar en eiste zij de beëindiging van de overeenkomst.

De Pachtkamer oordeelde dat de pachter een zwaarwegend belang had bij verlenging van de pachtovereenkomst. Het gepachte vormde een aanzienlijk deel van zijn bedrijf en was daardoor van belang voor de bedrijfsvoering en het gezinsinkomen van de pachter. Het belangrijkste deel van diens bedrijf was het houden van runderen. Deze weidden ongeveer acht maanden op het gepachte. Deze weidegang zorgde er mede voor dat het vlees van deze runderen het keurmerk Beter Leven twee sterren kreeg, wat een hogere prijs opleverde. De pachter had geen andere mogelijkheden om het vee te weiden. 

Ook stond de haalbaarheid van de door Staatsbosbeheer beoogde doelstelling onvoldoende vast, waardoor haar belang niet zwaarder woog dan het belang van de pachter. Omdat niet vaststond dat Staatsbosbeheer de bestemming glanshaverhooiland daadwerkelijk zou kunnen realiseren, was niet voldaan aan de voorwaarde voor ontbinding van de pachtovereenkomst vanwege een wijziging van de bestemming.

De pachtkamer wees daarom de ontbinding van de pachtovereenkomst af.

Bron: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden | jurisprudentie | 17-01-2024